Op deze pagina worden een aantal rechtszaken gemeld die meer en minder relevant zijn. De achtergrond daarvan kunt u in het menu achter de knop “Achtergrond” lezen.

2017 KORT GEDING HKB BANK TEGEN GARANTIEGEVERS

In 2017 heeft HKB Bank een kort geding verloren bij het inroepen van de afgegeven EUR 38 mio aan garanties. De bestuurders van HKB bank zijn zelf niet verschenen voor de president van de rechtbank om toelichting te verschaffen. Tevens zijn nauwelijks documenten aan de president voorgelegd. De garantiegevers betoogden dat HKB Bank niet open was, geen zaken deed en dat de garanties alleen voldaan behoefden te worden als dit anders was geweest. Het waren volgens hen voorwaardelijke en geen onvoorwaardelijke garanties. Bij gebrek aan onderbouwende stukken en toelichting heeft de president dit toegewezen. Op het moment van het vonnis waren de garantiegevers de feitelijke beleidsbepalers van HKB Bank en stuurden tevens de directie aan om niet te verschijnen. Op dat moment rondden zij de verkoop aan de Chinese Investeerder af. Feit is dat in 2016 HKB Bank weldegelijk open was. In de eerste maanden werd de verwachtingen overtroffen door meer dan EUR 36 mio aan verstrekt krediet op de balans te nemen en ongeveer evenveel aan deposito’s aan te trekken. Dit blijkt onder andere uit de verslagen van HKB bank zelf die niet in het kort geding zijn ingebracht.  Voorts blijkt onder andere uit een brief van de tegenpartij zelf en de audit reporten van KPMG dat deze garanties weldegelijk onvoorwaardelijk waren. Ook deze stukken zijn niet ingebracht. Was dit wel ingebracht dan was het vonnis mogelijk anders geweest.

2018-2019 VAN DER KOOIJ – MAERTENS

Van der Kooij heeft gepoogd om de uitlatingen van Maertens als ware hij “de Nederlandse Madoff” en dat er bij Cage Capital mogelijk sprake zou zijn geweest van “Ponzi Fraude”  te laten rectificeren.  De rechter heeft dit afgewezen. Er is door de rechter niet geconstateerd dat er sprake is van Fraude. Wel heeft de rechter in de overwegingen onder andere meegenomen dat onvoldoende is aangetoond waar de aangetrokken gelden door Cage Capital wel voor zijn aangewend. Inmiddels is na deze vonnissen het onderzoeksrapport afgerond waarin gedetailleerd verslag is gedaan. U kunt dat teruglezen in het menu onder Financieel. Was dit rapport ten tijde van de rechtszaken tegen Maertens beschikbaar geweest dan had het vonnis mogelijk anders geluid.

2019 SANERING

In september 2019 heeft Arjan van der Kooij getracht een sanering door te voeren in combinatie met een dwangakkoord. Van der Kooij had een aantal borgstelling afgegeven onder andere om liquiditeit vrij te maken om de kosten voor HKB Groep te kunnen blijven voldoen in de jaren 2010-2016. De meerderheid van schuldeisers was akkoord met dit akkoord. Toch wees de rechter dit akkoord af omdat onvoldoende was aangetoond dat dit het maximaal haalbare was. Tevens was er onduidelijkheid over de financiële positie, aanwending van gelden en de goede trouw daarvan. Inmiddels is na dit vonnis het financiële onderzoeksrapport afgerond met daarin ook aandacht voor de privé positie van Arjan van der Kooij. U kunt dat teruglezen in het menu onder Financieel. Was dit rapport beschikbaar geweest dan had het vonnis mogelijk anders geluid.

2020 JANUARI KOOPSOM AANDELEN

Cage Capital moest haar aandelen in HKB Bank in 2016 gedwongen overdragen aan gedaagden. Lees hiervoor ook onder het menu “Achtergrond”.  Hiervoor is nimmer een koopsom betaald. De Duitse wet schrijft voor dat als er geen afspraken over een koopsom zijn gemaakt er gekeken moet worden tegen welke prijs aandelen verhandeld worden. Kort na de gedwongen overdracht zijn er nieuwe aandelen uitgegeven door HKB Bank met goedkeuring van de tegenpartij (lees: de vier hierboven nader aangeduide aandeelhouders) voor een koers van EUR 15,95 per aandeel. Bij deze koers zou Cage Capital al haar schulden kunnen voldoen. Nog geen jaar vóór de gedwongen overdracht waren ook aandeelhoudersovereenkomsten tussen Cage Capital en de tegenpartij gesloten met de afspraak, dat de aandelen tegen een koers van EUR 13,85 verkocht zouden worden. Deze koers zou ongeveer EUR 50 mio voor Cage Capital opleveren. Een investeerder heeft, in zijn poging om de gehele groep over te nemen, een overeenkomst gesloten met de tegenpartij waar in totaal EUR 6 betaald zou worden voor de Cage-aandelen. Deze overeenkomst heeft hij mede namens Cage Capital ondertekend op basis van een privatieve volmacht naar Duits recht. Deze volmacht was evenwel niet voor dat doel afgegeven en Cage Capital is pas achteraf op de hoogte gesteld van deze overeenkomst. Cage heeft daar meteen bezwaar tegen gemaakt. De rechter heeft aangenomen dat de overeenkomst de bedoeling van partijen was en dat de privatieve volmacht en de overeenkomst naar Duits recht geldig zijn.  De Stichting HKB Claim heeft inmiddels een opinie van een gerenommeerde Duitse advocaat (legal opinion) in haar bezit, waarin duidelijk wordt beargumenteerd dat de onderhavige volmacht naar Duits recht nietig (!) is en dat dus de Nederlandse rechter hier een afweging heeft gemaakt, die naar onze overtuiging niet juist is. Verder zijn er diverse argumenten om aan te nemen dat het nimmer de bedoeling is geweest om een finale regeling te treffen. Een ander argument dat tot nietigheid kan leiden is dat de vergoeding van EUR 6 voor het gehele pakket te veel afwijkt van wat er rond dat moment in de markt voor aandelen betaald werd. Een dergelijke regeling is ook nietig. Door deze argumenten wordt hoger beroep sterk overwogen.

2020 FEBRUARI NIET BETALEN VAN KAPITAALGARANTIES

Rechtspraktijk E. Magnin B.V. heeft de rechtszaak gevoerd op basis van een overeenkomst van lastgeving van de Stichting HKB Claim. De rechter heeft de dagvaarding en de behandeling niet ontvankelijk verklaard. Daarom is er geen inhoudelijke behandeling geweest. De rechter kwam tot dit vonnis, omdat de aangeslotenen formeel een vordering op Cage Capital hebben. Via de stichting met een lastgeving werd vervolgens collectief door alle benadeelden de tegenpartij aangesproken terwijl eigenlijk Cage Capital de contractspartij was. Omdat het een collectieve actie betreft zou de stichting zich moeten kwalificeren als een formele art 305A collectieve actie stichting. Dit is nooit de bedoeling geweest van de stichting. Daarom was een lastgeving afgesproken. In de overweging wordt meegenomen dat in deze huidige constructie de formele positie en informatievoorziening jegens alle aangeslotenen mogelijk niet optimaal is. Een formele art 305A stichting heeft sinds januari 2020, na een wetswijziging, allerlei rechten en plichten jegens de aangeslotenen. Gezien alle discussie die speelt rondom Cage Capital, de mogelijke aanwending van de gelden, en de verschillende rapporten die zijn opgesteld en de informatievoorziening naar de aangeslotenen, is de rechtbank van mening dat Rechtspraktijk E. Magnin B.V. niet ontvankelijk is. De stichting moet zich kwalificeren als een formele art 305A stichting en dan zelfstandig gaan procederen. De zaak is verder niet inhoudelijk behandeld.